Interview LKCA

‘Onbegrijpelijk dat begrijpend kijken nog geen schoolvak is’

auteur: Marian van Miert, 18 mei 2015

De afgelopen decennia heeft nieuwe technologie ervoor gezorgd dat iedereen die een beetje handig is, zijn eigen filmpje kan maken en posten op internet en daarmee potentieel miljoenen mensen kan bereiken. Het YouTube kanaal van vlogger Enzo Knol telt inmiddels meer dan 650.000 abonnees. Het is dan ook op zijn minst vreemd dat de jongeren, die deze beelden massaal via YouTube tot zich nemen, nooit hebben leren kijken terwijl ieder kind op school wel begrijpend leert lezen. Lucas Westerbeek van de Frisse Blik pleit dan ook voor een andere onderwijskundige aanpak waarin ‘begrijpend kijken’ een plek heeft. Tijdens de Dag van de Cultuureducatie op 17 juni spreekt hij ook over dit onderwerp.

Hoe komt het dat begrijpend kijken nog geen vak is?
‘Ja, zeg jij het maar… Ik vind het onbegrijpelijk. We zijn er in 2007 mee begonnen en dachten dat er wel meer organisaties mee bezig zouden zijn maar dat bleek nog nauwelijks het geval te zijn. Nog steeds niet eigenlijk.’

Is een vak als begrijpend kijken dan wel nodig?
‘Je kunt het vergelijken met het leren lezen van een tekst. Daar beginnen kinderen al jong mee op school. Wanneer je leert lezen, leer je eigenlijk ook meteen hoe een tekst in elkaar zit en hoe een schrijver iets aan jou wil overbrengen. Daar zijn leerlingen tot aan hun eindexamen mee bezig. Ze worden er zelfs op getoetst!’

‘Films en televisieprogramma’s zijn op een gelijksoortige manier opgebouwd. Alles wat je ziet in de bioscoop, op televisie of via YouTube is door iemand gemaakt. En doorgaans is daar door de maker goed over nagedacht. Over de beeldvolgorde bijvoorbeeld, of over de interviewvragen en hoe die vragen later al dan niet terugkomen. En denk ook eens aan de invloed van muziek bij beeld… Filmmakers kunnen ongelooflijk manipuleren. Om dat te kunnen doorzien, moet je wel weten hoe het werkt.’

Hoe leer je begrijpend kijken?
‘Door te kijken en te analyseren. Als je bijvoorbeeld naar Boer zoekt vrouw kijkt, kijk je dan naar de werkelijkheid? Zijn die boeren in werkelijkheid ook zo? Of is het een creatie? Waarschijnlijk hebben de programmamakers van tevoren bedacht wat voor een type boeren ze nodig hebben en zijn de boeren daarop gecast. Als kijker heb je daar doorgaans geen weet van en word je al snel meegezogen in het verhaal. Over zo’n programma valt al heel veel te zeggen.’

‘Dus met de leerlingen ontrafelen we om te beginnen een stukje filmgrammatica. Daarna gaan ze zelf aan de slag met het maken van een filmpje om te ontdekken hoe gemakkelijk het is om met dit medium te manipuleren. Zo krijgen een paar leerlingen bijvoorbeeld de opdracht om een positieve reportage te maken over een straat en een paar anderen de opdracht om een negatieve reportage te maken over diezelfde straat. Vraag je aan iemand: ‘Wat vindt u leuk aan deze straat?’ dan krijg je allemaal positieve verhalen te horen. Vraag je wat mensen stoort aan een straat, dan krijg je de negatieve verhalen. De leerlingen knippen vervolgens de vragen weg en zetten er een stemming makend muziekje onder. Dan heb je twee volstrekt verschillende reportages over eenzelfde straat.’

Is het belangrijk dat leerlingen ook zelf aan de slag gaan?
‘Ja, daar leren ze ongelooflijk veel van. Alle 21ste eeuwse vaardigheden komen aan bod. Om een film te maken moet je onderzoek doen, samenwerken, afspraken maken, etc.. En het werkt heel erg verbindend. Zo sturen we leerlingen de wijk in waar ze vervolgens in contact treden met mensen uit de buurt. Met een filmcamera en microfoon in de hand is het ineens heel gemakkelijk om verbindingen te leggen.’

‘En kinderen vinden het fantastisch. Film is laagdrempelig. Ze maken zelf vaak al filmpjes en terwijl ze aan het doen zijn, hebben ze niet door wat ze allemaal leren. En dat vinden leerkrachten weer mooi. Wat we van leerlingen terugkrijgen is dat ze het fijn vinden om hun eigen film te maken. Het moet echt een product van de leerlingen worden, hun verhaal! Ik ben niet de filmmaker, dat zijn de leerlingen. En dat is iets wat volgens mij mist in het onderwijs; dat leerlingen zich eigenaar voelen van wat ze doen en leren. Leerlingen zijn vaak bezig contact te maken met een docent om er achter te komen wat een leerkracht van je verwacht, welk antwoord hij van je verlangt.’

Kan elke leerkracht hiermee aan de slag?
‘We leiden docenten op en merken dat zij vaak bang zijn voor de techniek maar dat is echt niet meer nodig want kinderen zijn daar helemaal niet bang voor. Die gaan meteen aan de slag. Meer dan een iPad en een microfoon heb je niet nodig. De kinderen maken een filmplan, spreken met elkaar af wie de filmer is en wie de interviewer en gaan op pad. Het monteren gaat ook op de iPad.’

‘De taak van de docent is het begeleiden van het proces en het bewaken van de inhoud. Daar valt voor leerlingen veel te leren. Als docent Nederlands zag ik dat leerlingen een stelopdracht kregen die ze thuis moesten uitwerken. Die leverden ze dan in en kregen ze met rode pennenstrepen terug. Dat vond ik als docent zo afschuwwekkend. Daar leer je niks van. Het schrijfonderwijs haalde ik daarom de klas in om leerlingen procesmatig te kunnen begeleiden. Het resultaat was dat in principe iedere leerling een goed stuk inleverde omdat je tijdens het proces al aanwijzingen hebt gegeven. Zo werken we ook met onze filmlessen. We begeleiden het maakproces.’

Wat ga je 17 juni op de Dag van de Cultuureducatie vertellen?
‘Ik ga vertellen over het belang van begrijpend kijken en een inkijkje geven in hoe wij dat doen, waarom wij dat op deze manier doen en wat dat oplevert.’

Welke ontwikkeling zie jij voor de komende jaren?
‘Ik hoop dat ‘begrijpend kijken’ in ieder geval een plek krijgt bij een vak als geschiedenis, maatschappijleer of Nederlands. Ook hoop ik dat het maken van films een plek gaat krijgen in het schoolcurriculum omdat ik denk dat je leerlingen daar ontzettend gemotiveerd van maakt en dat je daar ongelooflijk veel van leert. Teksten zijn ook belangrijk hoor, ik ben natuurlijk opgeleid als docent Nederlands en ik lees elke dag, dus dat moet vooral niet verdwijnen maar ik denk dat het tekstonderwijs nu een veel te grote rol speelt op scholen.’

Lucas Westerbeek studeerde Nederlands en kwam als leraar Nederlands op het Ignatiusgymnasium in Amsterdam terecht. Na zeven jaren onderwijs merkte hij dat het onderwijs geven energie gaf maar dat het werk eromheen ging tegenstaan. Hij nam ontslag en ging bij zijn schoonvader Frans Bromet aan de slag. Daar zette hij de Bromet Film School op voor mensen die het filmvak van Bromet wilden leren. Lucas miste het lesgeven aan jongeren en kinderen en richtte samen met Mirna Ligthart Stichting De frisse blik op. De frisse blik heeft een methode ontwikkeld waarin leerlingen kritisch en begrijpend leren kijken naar media en zelf op onderzoek uit gaan door films te maken. Films over zichzelf, over talent op school, over de wijk, hun familie en hun offline- en online wereld.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *