IPON Mediawijzer.net Award

CULTUURREPORTERS! WINT IPON MEDIAWIJZER.NET AWARD 2016 DONDERDAG 4 FEBRUARI 2016| 61 VIEWS Bron: Mediawijzer.net Gisteren is de IPON Mediawijzer.net Award 2016 uitgereikt aan De frisse blik. Met de vernieuwende leerlijn ‘Cultuurreporters!’ wist De frisse blik de vakjury te overtuigen. De prijs werd met trots door Lucas Westerbeek en Lisse van Wijnen in ontvangst genomen van […]

TV-serie Levenslessen

In 2014 maakten we samen met Silvia Bromet van &Bromet de serie Levenslessen voor de Joodse Omroep.

Je kan alle afleveringen op Uitzending Gemist bekijken.

In de televisieserie Levenslessen wordt een brug geslagen tussen jong en oud. Jongeren gaan in deze serie het gesprek aan met ouderen. Nieuwsgierig gaan ze met camera en microfoon op pad, om op belangrijke vragen een antwoord te krijgen.Het levert intieme, vaak ontroerende gesprekken op over het leven.
Ouderen vormen niet meer zoals vroeger de spil van een familie. Opa’s en oma’s wonen vaak ver weg en als je ze dan een keertje ziet, praat je maar zelden ècht met elkaar. Dat is jammer, want ouderen hebben met hun schat aan levenservaring veel te vertellen.
Voor jongeren ligt de wereld als een rode loper aan hun voeten. Ervaringen moeten nog worden opgedaan, herinneringen zullen nog worden ingekleurd. Maar net zoals ouderen dat hebben gedaan, worstelen jongeren ook met vragen over het leven, over keuzes.
Levenslessen is een serie van 6 afleveringen van 15 minuten, waarin steeds twee jongeren en hun vragen centraal staan.
Omroep: Joodse Omroep
Producent: &Bromet i.s.m. De frisse blik
Concept: Silvia Bromet en Lucas Westerbeek
Creatief producent: Silvia Bromet
Uitvoerend producent: Martine Swildens
Eindredactie Joodse Omroep: Alfred Edelstein
Productie Joodse Omroep: Marielle Kloosterhuis
Research: Saskia Boorsma, Judith van Ingen en Eva van Ingen
Camera/geluid/interviews: Frans Bromet, Emma Boelhouwer, Saskia Boorsma, Marijn Frank, Lieza Roben en de jongeren
Camera: Nils Post, Adri Schrover
Montage: Silvia Bromet en Emma Boelhouwer
Technische assistentie: Jordi Wolters
Productie-assistentie: Ilona Meiring en Rosemarie Hoofstenge
Online montage: Sander van Gaalen
Voice-over: Frans Bromet
Vormgeving: Nienke Mink
Lengte: 15 minuten
Aantal afleveringen: 6
Première: 20 april
Formaat: 16:9
Gedraaid op: HD
Website: www.facebook.com/levenslessenoptv

 

Blog Imre Kruis

Soms kon je opeens je eigen naam online tegen. Ook op de blog van Imre Kruis, leuk!

Lucas Westerbeek van Stichting De frisse blik, ook al zo’n inspirerend figuur en de schoonzoon van Frans Bromet, had een mooi betoog: Op school leren kinderen begrijpend lezen. Maar, zo redeneert hij, een steeds groter deel van de Nederlanders besteed per dag nog geen tien minuten aan lezen en wel drie uur aan het bekijken van beelden op tv of sociale media. Soms, of eigenlijk best vaak, of eigenlijk bijna altijd, zijn beelden niet wat ze lijken. Ze lijken onbevooroordeeld tot je te komen maar de maker is altijd aanwezig. Hij of zij beïnvloed je bijvoorbeeld door de manier van vragen stellen, de montage of de muziek. Volgens Westerbeek is het goed om kinderen hier al vroeg bewust van te maken. Onbegrijpelijk dat begrijpend kijken nog geen schoolvak is, is zijn stelling. Ik moest denken aan het boek ‘Het zijn net mensen’ waarin Joris Luyendijk schrijft over de vaak gekleurde berichtgeving vanuit het Midden-Oosten.

De frisse blik verzorgt lessen waarin samen met leerlingen beeldfragmenten worden besproken aan de hand van kritische vragen. Daarna gaan leerlingen zelf filmen in de buurt (met alle positieve neveneffecten van dien). De resultaten zijn geweldig. Op het Youtube kanaal van De frisse blik kun je een hele middag zoet zijn.

Zie ook de ingezonden brief van Lucas Westerbeek in de Volkskrant.

Verslag Dag van de Cultuur Educatie

Stilte, storm en verandering – Inspiratie. Dat zochten en vonden de ruim zevenhonderd bezoekers op de tiende Dag van de Cultuureducatie. Met vier plenaire presentaties en twee maal elf parallelsessies was er voor elk wat wils.

Begrijpend kijken
Beelden uit de tv-documentaire Rauw: sappige kippendijen en pizza’s overladen met smeltende kaas versus een grote schaal knersend groenvoer. ‘Wat zou de maakster lekkerder vinden: rauw of gekookt eten?’ De zaal gniffelde. Met dit voorbeeld wist Lucas Westerbeek, die de tweede keynotelezing gaf, meteen het belang van wat hij begrijpend kijken noemt, duidelijk te maken.

Vanuit de mede door hem opgerichte stichting De Frisse Blik ontwikkelt Westerbeek film- en mediawijsheidsprojecten voor het onderwijs. Daarin staat het kritisch leren kijken naar beelden centraal, een volgens Westerbeek essentiële vaardigheid in onze hedendaagse beeldcultuur. ‘Is wat je ziet wel waar?’ is daarbij de leidende vraag. Westerbeek toonde daarvan enkele staaltjes, zoals een vrouw in boerka die sinaasappelen liet vallen en door niemand geholpen werd volgens beelden van 101, terwijl uit beelden van AT5 van hetzelfde incident het tegenovergestelde bleek.

In zijn educatieprojecten maken leerlingen zelf ook een reportage. Ze gaan op onderzoek uit in de buurt en filmen als ware journalisten wat ze tegen komen. ‘Het maken van een film is een ultieme beoefening van 21e-eeuwse vaardigheden, aldus Westerbeek. En soms gaat het hand in hand met betere contacten in de buurt van de school. Zo gingen leerlingen met de camera op bezoek in een seniorenflat waar ze interviews hadden met bewoners (‘douche je elke dag?’). De projecten leveren meer op dan alleen begrijpend kijken: ‘De leerlingen zijn trots op hun film en leerkrachten vertellen ons dat ze nieuwe kanten van hen zien.’

Interview LKCA

‘Onbegrijpelijk dat begrijpend kijken nog geen schoolvak is’

auteur: Marian van Miert, 18 mei 2015

De afgelopen decennia heeft nieuwe technologie ervoor gezorgd dat iedereen die een beetje handig is, zijn eigen filmpje kan maken en posten op internet en daarmee potentieel miljoenen mensen kan bereiken. Het YouTube kanaal van vlogger Enzo Knol telt inmiddels meer dan 650.000 abonnees. Het is dan ook op zijn minst vreemd dat de jongeren, die deze beelden massaal via YouTube tot zich nemen, nooit hebben leren kijken terwijl ieder kind op school wel begrijpend leert lezen. Lucas Westerbeek van de Frisse Blik pleit dan ook voor een andere onderwijskundige aanpak waarin ‘begrijpend kijken’ een plek heeft. Tijdens de Dag van de Cultuureducatie op 17 juni spreekt hij ook over dit onderwerp.

Hoe komt het dat begrijpend kijken nog geen vak is?
‘Ja, zeg jij het maar… Ik vind het onbegrijpelijk. We zijn er in 2007 mee begonnen en dachten dat er wel meer organisaties mee bezig zouden zijn maar dat bleek nog nauwelijks het geval te zijn. Nog steeds niet eigenlijk.’

Is een vak als begrijpend kijken dan wel nodig?
‘Je kunt het vergelijken met het leren lezen van een tekst. Daar beginnen kinderen al jong mee op school. Wanneer je leert lezen, leer je eigenlijk ook meteen hoe een tekst in elkaar zit en hoe een schrijver iets aan jou wil overbrengen. Daar zijn leerlingen tot aan hun eindexamen mee bezig. Ze worden er zelfs op getoetst!’

‘Films en televisieprogramma’s zijn op een gelijksoortige manier opgebouwd. Alles wat je ziet in de bioscoop, op televisie of via YouTube is door iemand gemaakt. En doorgaans is daar door de maker goed over nagedacht. Over de beeldvolgorde bijvoorbeeld, of over de interviewvragen en hoe die vragen later al dan niet terugkomen. En denk ook eens aan de invloed van muziek bij beeld… Filmmakers kunnen ongelooflijk manipuleren. Om dat te kunnen doorzien, moet je wel weten hoe het werkt.’

Hoe leer je begrijpend kijken?
‘Door te kijken en te analyseren. Als je bijvoorbeeld naar Boer zoekt vrouw kijkt, kijk je dan naar de werkelijkheid? Zijn die boeren in werkelijkheid ook zo? Of is het een creatie? Waarschijnlijk hebben de programmamakers van tevoren bedacht wat voor een type boeren ze nodig hebben en zijn de boeren daarop gecast. Als kijker heb je daar doorgaans geen weet van en word je al snel meegezogen in het verhaal. Over zo’n programma valt al heel veel te zeggen.’

‘Dus met de leerlingen ontrafelen we om te beginnen een stukje filmgrammatica. Daarna gaan ze zelf aan de slag met het maken van een filmpje om te ontdekken hoe gemakkelijk het is om met dit medium te manipuleren. Zo krijgen een paar leerlingen bijvoorbeeld de opdracht om een positieve reportage te maken over een straat en een paar anderen de opdracht om een negatieve reportage te maken over diezelfde straat. Vraag je aan iemand: ‘Wat vindt u leuk aan deze straat?’ dan krijg je allemaal positieve verhalen te horen. Vraag je wat mensen stoort aan een straat, dan krijg je de negatieve verhalen. De leerlingen knippen vervolgens de vragen weg en zetten er een stemming makend muziekje onder. Dan heb je twee volstrekt verschillende reportages over eenzelfde straat.’

Is het belangrijk dat leerlingen ook zelf aan de slag gaan?
‘Ja, daar leren ze ongelooflijk veel van. Alle 21ste eeuwse vaardigheden komen aan bod. Om een film te maken moet je onderzoek doen, samenwerken, afspraken maken, etc.. En het werkt heel erg verbindend. Zo sturen we leerlingen de wijk in waar ze vervolgens in contact treden met mensen uit de buurt. Met een filmcamera en microfoon in de hand is het ineens heel gemakkelijk om verbindingen te leggen.’

‘En kinderen vinden het fantastisch. Film is laagdrempelig. Ze maken zelf vaak al filmpjes en terwijl ze aan het doen zijn, hebben ze niet door wat ze allemaal leren. En dat vinden leerkrachten weer mooi. Wat we van leerlingen terugkrijgen is dat ze het fijn vinden om hun eigen film te maken. Het moet echt een product van de leerlingen worden, hun verhaal! Ik ben niet de filmmaker, dat zijn de leerlingen. En dat is iets wat volgens mij mist in het onderwijs; dat leerlingen zich eigenaar voelen van wat ze doen en leren. Leerlingen zijn vaak bezig contact te maken met een docent om er achter te komen wat een leerkracht van je verwacht, welk antwoord hij van je verlangt.’

Kan elke leerkracht hiermee aan de slag?
‘We leiden docenten op en merken dat zij vaak bang zijn voor de techniek maar dat is echt niet meer nodig want kinderen zijn daar helemaal niet bang voor. Die gaan meteen aan de slag. Meer dan een iPad en een microfoon heb je niet nodig. De kinderen maken een filmplan, spreken met elkaar af wie de filmer is en wie de interviewer en gaan op pad. Het monteren gaat ook op de iPad.’

‘De taak van de docent is het begeleiden van het proces en het bewaken van de inhoud. Daar valt voor leerlingen veel te leren. Als docent Nederlands zag ik dat leerlingen een stelopdracht kregen die ze thuis moesten uitwerken. Die leverden ze dan in en kregen ze met rode pennenstrepen terug. Dat vond ik als docent zo afschuwwekkend. Daar leer je niks van. Het schrijfonderwijs haalde ik daarom de klas in om leerlingen procesmatig te kunnen begeleiden. Het resultaat was dat in principe iedere leerling een goed stuk inleverde omdat je tijdens het proces al aanwijzingen hebt gegeven. Zo werken we ook met onze filmlessen. We begeleiden het maakproces.’

Wat ga je 17 juni op de Dag van de Cultuureducatie vertellen?
‘Ik ga vertellen over het belang van begrijpend kijken en een inkijkje geven in hoe wij dat doen, waarom wij dat op deze manier doen en wat dat oplevert.’

Welke ontwikkeling zie jij voor de komende jaren?
‘Ik hoop dat ‘begrijpend kijken’ in ieder geval een plek krijgt bij een vak als geschiedenis, maatschappijleer of Nederlands. Ook hoop ik dat het maken van films een plek gaat krijgen in het schoolcurriculum omdat ik denk dat je leerlingen daar ontzettend gemotiveerd van maakt en dat je daar ongelooflijk veel van leert. Teksten zijn ook belangrijk hoor, ik ben natuurlijk opgeleid als docent Nederlands en ik lees elke dag, dus dat moet vooral niet verdwijnen maar ik denk dat het tekstonderwijs nu een veel te grote rol speelt op scholen.’

Lucas Westerbeek studeerde Nederlands en kwam als leraar Nederlands op het Ignatiusgymnasium in Amsterdam terecht. Na zeven jaren onderwijs merkte hij dat het onderwijs geven energie gaf maar dat het werk eromheen ging tegenstaan. Hij nam ontslag en ging bij zijn schoonvader Frans Bromet aan de slag. Daar zette hij de Bromet Film School op voor mensen die het filmvak van Bromet wilden leren. Lucas miste het lesgeven aan jongeren en kinderen en richtte samen met Mirna Ligthart Stichting De frisse blik op. De frisse blik heeft een methode ontwikkeld waarin leerlingen kritisch en begrijpend leren kijken naar media en zelf op onderzoek uit gaan door films te maken. Films over zichzelf, over talent op school, over de wijk, hun familie en hun offline- en online wereld.

Dag van de Cultuur Educatie

Keynote 17 juni, Dag van de Cultuur Educatie

Begrijpend kijken: Een frisse blik op onderwijs

Lucas Westerbeek constateert in zijn dagelijkse werkpraktijk, dat er behoefte is aan nieuwe vaardigheden. Jongeren van nu groeien op in een beeldcultuur en niemand leert ze kritisch naar die beelden te kijken. Hij pleit voor een andere onderwijskundige aanpak, waarin ‘begrijpend kijken’ centraal staat.
De frisse blik heeft een methode ontwikkeld, waarin leerlingen kritisch en begrijpend leren kijken naar media en zelf op onderzoek uit gaan door films te maken. Films over zichzelf, over talent op school, over de wijk, hun familie en hun offline- en online wereld.
Daarbij doen ze belangrijke vakoverstijgende vaardigheden voor de toekomst op, als samenwerken, sociale en probleemoplossende vaardigheden en mediawijsheid.
Tijdens zijn presentatie vertelt Lucas Westerbeek over deze methode en laat aan de hand van diverse fragmenten zien, hoe hij te werk gaat en wat de resultaten zijn.

Lucas Westerbeek is samen met Mirna Ligthart oprichter/directeur van Stichting De frisse blik & Bromet Film School

Spotlight Effect


Soms kom je ergens in een uithoek van internet opeens weer een stuk van lang geleden tegen. En af en toe zelfs over jezelf!

In 2008 interviewde m’n overbuurjongen Edial Dekker me over de start van De frisse blik. In een camper vertrok hij samen met broer Floris naar Berlijn om YourNeighbours te beginnen en later Gidsy. Na dit avontuur vertrok hij naar Silicon Valley om bij Eventbride (San Francisco) aan de slag te gaan.

Voor de liefhebber de film van Silvia & Frans Bromet over Edial en z’n broer Floris tijdens startup Gidsy in Berlijn

Deel 1

Deel 2

Hier het interview met mij dat Edial voor Spotlight Effect schreef

 

Begrijpend kijken

In alle discussies over #onderwijs 2032, iPadonderwijs en 21e-eeuwse vaardigheden (Wat weten de kleuters van nu over zeventien jaar?, VK 12 februari 2015) lijken Staatssecretaris van Onderwijs Sander Dekker, alle betrokken partijen en tweetende burgers een essentiële vaardigheid over het hoofd te zien, en dat is ‘Begrijpend kijken’.

Wat mij als oud-docent Nederlands en vader van twee opgroeiende puberzonen zeer verbaasd, is dat kinderen al vanaf groep 3 leren om teksten te lezen en te begrijpen en dat dat eigenlijk bij het eindexamen nog steeds het geval is: tekstbegrip wordt getoetst. Het Cito test of je wel begrijpt wat er in een tekst staat en wat de schrijver precies bedoelt. Leerlingen leren op school tekstverklaren, samenvatten, artikelen analyseren en boeken lezen. Ze leren hoe schrijvers manipuleren met taal. Het hedendaags onderwijs leidt jongeren nog steeds op, zoals ik in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw ben opgeleid: louter tekstueel. Over beeld leren ze niets.

Maar onze samenleving is de afgelopen jaren in hoog tempo veranderd. Jongeren van nu -en wij zelf trouwens ook- worden overal geconfronteerd met beelden. Als mijn zonen thuis komen, gooien ze hun schoolboeken onder tafel, en gaan filmpjes kijken op hun laptop of smartphone. Jongeren groeien op in een beeldcultuur, en op school is er niemand die ze kritisch leert kijken naar film of video, terwijl dat toch bij uitstek hun medium is.

Tijdens mijn werk kom ik wekelijks in klaslokalen in het land, waar we op uitnodiging van schooldocenten, met leerlingen -van VMBO basis tot gymnasium èn hun docenten- tvfragmenten analyseren, documentaires en reportages bespreken en proberen te doorgronden wat een documentairemaker bedoelt, of analyseren wiens werkelijkheid het eigenijk is waar we naar kijken als we naar het journaal kijken. Van de cameraman? Van de regisseur, of van de interviewer?

Afgelopen week kreeg ik tijdens een post HBO nascholing van basisschooldocenten, de opmerking van een leerkracht, dat ze eigenlijk nooit op die manier had gekeken naar een documentaire. En dat een documentaire toch eigenlijk altijd ‘waar’ is? Deze docente leidt onze kinderen op, die buiten de schoolmuren opgroeien in een door beelden gedomineerde samenleving.

Vaak zitten kinderen op de basisschool het Jeugdjournaal te kijken, als we de klas in komen. In de pauze, met een boterham en een drankje, voordat ze gaan buitenspelen. Maar docenten die daarna met de groep samen bespreken, wat er nou eigenlijk gebeurt en wat ze zien, en hoe je dat moet interpreteren, zijn er nauwelijks. En dat is ook niet zo gek, want ze zijn daar zelf niet voor opgeleid. Op een Universitaire Pabo, waar ik vorige maand een module verzorgde, keken de tweedejaars studenten me niet-begrijpend aan, toen ik ze vroeg of ze ook les kregen in het voeren van gesprekken met leerlingen naar aanleiding van jeugddocumentaires of  journaalbeelden.

Niemand die deze toekomstige docenten dat leert, nergens een methode waar je uitleg vindt, hoe je naar tvbeelden uit de werkelijkheid kijkt. Of hoe je die moet bespreken met jongeren, die de hele dag door op hun beeldschermen de buitenwereld via video binnen krijgen.

En docenten, die willen dat wel graag leren. Dat bleek afgelopen week weer, tijdens een training aan een groep docenten Maatschappijleer. Zij zien de waarde van ‘begrijpend kijken’ wel, en willen dat graag met hun leerlingen behandelen, maar ze hebben geen schoolboek om zich aan vast te houden, of een methode om te gebruiken. Want de uitgevers die de markt in het onderwijs beheersen zijn blij met teksten. Een tekst met een paar vragen druk je makkelijk in een boek, met een mooi plaatje erbij. Maar hoe moet je nou documentairefragmenten in een boek stoppen? Daar is het verdienmodel van het schoolboek helemaal niet op gemaakt.

Het is de hoogste tijd dat Sander Dekker zich realiseert dat informatie allang niet meer alleen wordt overgedragen met tekst. Video is een net zo belangrijk communicatiemiddel.

de Volkskrant, Opinie 20 februari 2015